God onmeetbaar en onzichtbaar,
als een woord aan ons gegeven,
toch aanwezig in ons midden
als de warmte om ons heen,
die wij noemen: vader, moeder,
vuur en adem van ons leven,
lieve schaduw, zachte vrede,
altijd bezig in ons hart,
die wij zien in elke mens
die op aarde leven mag,
in ieder kind dat wordt geboren,
in ieder die een ander vindt,
die wij zoeken om de troost
in het mateloos verdriet
om verloren idealen
en een mens die sterven moet,
die wij vieren om het licht
dat doorbreekt als wij donker zijn,
om de toekomst die wij dromen
en de liefde om ons heen,
in wie wij wonen als een huis
waar ruimte is voor alle mensen,
en waar mensen voor elkaar
een plaats bewaren in hun hart,
om wie wij hopen, hoe dan ook
op de redding van de wereld,
dat dood het laatste woord niet is,
en dat mensen vrijuit gaan,
die wij smeken om bevrijding
voor ontrechten en vertrapten,
om de kracht in onze handen
om recht te doen en op te staan,
die wij danken, vast en zeker
voor die Jezus van Nazareth,
van wie wij de naam bewaren
doorverhalen aan elkaar,
omdat hij arm was met de armen
liefde droeg voor iedereen,
en daarom niet was klein te krijgen
door de waarheid van de dood,
omdat hij ons heeft aangewezen
hoe wij ons leven moeten gaan:
liefde geven tot wij breken,
brood voor elkander zijn.
Zo willen wij gaan op zijn weg,
een handvol brood zijn voor elkaar
en samen drinken uit de beker
van het leven dat wij gaan.
God onmeetbaar en onzichtbaar,
als een woord aan ons gegeven,
toch aanwezig in ons midden
als de warmte om ons heen,
die wij noemen: vader, moeder,
vuur en adem van ons leven,
lieve schaduw, zachte vrede,
altijd bezig in ons hart,