Argumentatie

 


In 1976 maakte ik als afstudeeropdracht een analyse van een van de onderdelen van het argumentatiemodel van Toulmin, de zogenaamde warrant. Een van de conclusies was dat een verzwegen of impliciete warrant nauw en ruim geïnterpreteerd kan worden. Met name een ruime interpretatie geeft een opponent meer ruimte voor kritiek op een argumentatie, al dreigt daarbij wel het gevaar van de drogreden reductio ad absurdum.

Na 1976 beperkte mijn bemoeienis met de argumentatietheorie zich tot het bewonderend volgen van de hoge vlucht die dit gebied maakte onder leidinig van Van Eemeren en Grootendorst in Amsterdam, en Schellens in Utrecht/Twente. Maar in 2006 nam ik het mastervak Retorica en Argumentatie over van Peter Jan Schellens, en met veel plezier. Aan de hand van het boek van  Antoine Braet. Retorische kritiek. Overtuigingskracht van Cicero tot Balkenende en een aanvullende syllabus trainde ik studenten in de retorische en argumentatieve analyse van teksten. Hoewel het vak een vreemde end was in de masteropleiding Communicatiewetenschap, werd het zeer gewaardeerd door de studenten die het als keuzevak konden volgen.


Publicatie

Steehouder, M.F. (1976). De warrant in het model van Toulmin. De nieuwe taalgids 69, 413-425.