Tegen de moedeloosheid


Als was in handen van de machten,
als blinden gaan wij langs de wand,
verloren met een mond vol klachten
en machteloos is onze hand.
Zouden wij dan niet liever dromen,
ook tegen beter weten in,
dat wij in opstand moeten komen
en zoeken naar een nieuw begin?

Blaast als een storm ons om de oren
dat woord dat ons heeft aangeraakt:
al wat zich groot maakt gaat verloren,
wat is verdrukt wordt groot gemaakt.
Dat wij niet langer nog vergeten
waartoe wij door het leven gaan:
niet om gevangen en vernederd,
maar vrij naast anderen te staan.

Niet voor de ondergang geboren,
niet voor de strijd om geld en goed,
maar om bij armelui te horen,
te delen van de overvloed.
Zo werken wij onszelf naar vrede
en zoeken naar een hoger recht.
Zo wordt dat woord uit ver verleden
opnieuw aan mensen uitgezegd.


Lied voor de advent.
Tekst: Michaël Steehouder.
Muziek: Peter Rippen.
Uit het project Op wie wij wachten (2001). Opgenomen in Om de aarde te bewonen (2010).


Terug naar de alfabetische lijst