Tweeslagen in kerkliederen

Tweeslagen in kerkliederen

Uit een voorlichtingsfolder over het Nederlandse vluchtelingenbeleid (uit 1995): Op de vlucht voor oorlog en geweld verlaten zij huis en haard om elders veiligheid en vrede te zoeken. De voorlichter die deze folder schreef doet meer dan objectieve informatie over het beleid geven. Hij probeert ook begrip en bijval voor het beleid te vinden. Dat doet hij onder andere door (met mate) een emotionele, haast verheven taal te gebruiken. Daarin springen de tweeslagen in het oog: oorlog en geweld, huis en haard, veiligheid en vrede. Het gaat hier niet om gewone opsommingen, maar om koppels woorden die elkaar versterken, die een eenheid vormen. Het zou vreemd zijn als we zouden lezen: sommigen vluchten voor oorlog, anderen voor geweld; sommigen verlaten hun huis, anderen hun haard; sommigen zoeken veiligheid, anderen vrede.

Zulke tweeslagen zijn een vorm van de stijlfiguur hendiadys : één door twee. Je gebruikt twee (nevengeschikte) woorden waarvan de betekenis en de gevoelswaarde dicht bij elkaar liggen, elkaar aanvullen of elkaar zelfs overlappen. Zo roepen ze een overkoepelend totaalbeeld op. Tweeslagen maken een tekst vaak verheven – je vindt ze veel in de Bijbel, maar ook bijvoorbeeld in juridische taal.

In het Lied aan het licht van Huub Oosterhuis vinden we prachtige voorbeelden:

Dat ik niet uitval, dat wij allen,
zo zwaar en droevig als wij zijn,
niet uit elkaars genade vallen
en doelloos en onvindbaar zijn.

De twee dubbelslagen maken de tekst niet alleen verheven, maar ze drukken ook iets uit dat als het ware boven de afzonderlijke betekenissen uitgaat. Zwaar en droevig is een gevoel dat meer is dan de optelsom van zwaar en droevig. Doelloos en onvindbaar is hopelozer dan alleen doelloos of allen onvindbaar.
Het kost niet veel moeite om andere voorbeelden te vinden.

U laat de wilde dieren proeven
het water van rivier en meer
de vogels waden langs de oever
en strijken op hun nesten neer.
En weidegrond en korenveld
beloven volop brood en melk.

Aldus Eppie Dam in het lied U riep, o Maker van het goede. Ook hier gaat het niet zonder meer om de opsomming van twee begrippen, maar om iets wat boven die twee uitsteekt. Rivier en meer staat voor alle water, weidegrond en korenveld staat voor de bebouwde aarde, brood en melk staat voor alle voedsel (waarbij de tekstdichter ook nog de volgorde heeft gekruist: de weidegrond zorgt voor de melk, het korenveld voor het brood).

Sommige tweeslagen komen zo vaak voor dat ze een min of meer vaste uitdrukking worden, een Siamese tweeling. Zoiets is het geval bij huis en haard, maar ook bij tweeslagen als vrede en gerechtigheid, hemel en aarde, tijd en eeuwigheid. In zulke gevallen wordt ook wel gesproken van een ‘rituele dubbelslag’. Vaak (niet altijd) is de volgorde dan ook min of meer vast: we spreken zelden over aarde en hemel, eeuwigheid en tijd. Maar soms ligt de volgorde minder vast – bijvoorbeeld: gerechtigheid en vrede.

In het lied Sinds het begin (voor de Paaswake) gebruikte ik een groot aantal tweeslagen. Steeds staan ze voor meer dan de twee begrippen die alleen maar opgesomd worden. Dagen en nachten staan voor heel de tijd, zaaien en groeien staan voor heel het leven van bomen en vruchten – alles wat groeit en bloeit (!), enzovoort. Op een bepaald moment komen er zelfs tweeslagen als dieren en dieren, mensen en mensen, want het zijn er zoveel. Een op de zevende dag gaat het om slapen en rusten (= stilte) en zegen en weten (= beseffen dat alles zeer goed is). Alles bij elkaar hoop ik een beeld op te roepen van de rijkdom en verscheidenheid van de schepping. Waarvan “jij” schepper en adem is: levengever.
De muziek die Peter Rippen bij dit lied componeerde illustreert die rijkdom en verscheidenheid. Terwijl de gemeente steeds maar het refrein herhaalt, als een constante ondertoon, zingt het koor de coupletten, eerst eenstemmig, dan in vierstemmige canon, zodat een feestelijk wirwar van stemmen ontstaat.

Naast de tweeslag vinden we ook vaak een drieslag. Bijvoorbeeld in het lied Voor mensen die naamloos, kwetsbbaar en weerloos door het leven gaan (Henk Jongerius). Maar bij de drieslag speelt nog iets extra’s mee. Daar werkt de opsomming meestal naar een hoogtepunt (climax) naar het einde. Zie daarover mijn aparte artikel over Drieslagen in kerkliederen.

Reageren is niet mogelijk.