Wat een kerklied met je kan doen

Wat een kerklied met je kan doen

Het zingen van een kerklied doet iets met je. Het raakt je, je krijgt er een bepaald gevoel bij. Hopelijk positief (daar ga ik voor het gemak maar even vanuit). Maar wat voor gevoelens kan een kerklied oproepen – en hoe ontstaan die gevoelens?

Ik heb het uitdrukkelijk over het zingen van een kerklied, en niet over het kerklied op zichzelf, dat je in een bundel, in een gedrukte liturgie, of tegenwoordig zelfs op een beeldscherm in de kerk kunt lezen en bekijken. Zelfs niet het kerklied dat je kunt beluisteren op een CD of via een website. Doe dat vooral. Maar de échte beleving van een kerklied is in het gezamenlijk zingen ervan. Het gaat om een manier van doen, in vaktermen: een performance.

Zeven manieren om geraakt te worden

Als aanknopingspunt om daarover verder na te denken vond ik in een artikel van Martin Hoondert een opsomming van zeven (jaja, heilig getal) ‘functies van performances’ van Richard Schechner. Ik moet bekennen dat ik diens handboek niet heb bestudeerd, maar de opsomming bij Hoondert inspireerde me wel.

De zeven functies van performances zoals Schechner die opsomt, luiden als volgt: 1. to entertain, 2. to make something that is beautiful, 3. to mark or change identity, 4. to make or foster community, 5. to heal, 6. to teach, persuade, or convince, en 7. to deal with the sacred and/or the demonic.

Ik geef er een vrije draai aan.

1 – Zingen brengt plezier. Om te beginnen is zingen (gewoonlijk, voor de meeste mensen) een fijne bezigheid, het is leuk, het is onderhoudend, het geeft je een goed gevoel.

2 – Zingen schept iets moois. We proberen het kerklied goed te laten klinken: zuiver, in de maat. Je wilt dat een kerklied een mooie melodie heeft. Een goede begeleiding en eventueel een meerstemmig koor maakt het nog mooier. Zingen is in wezen een een artistieke bezigheid, ook als het misschien minder goed lukt.

3 – Zingen verandert je. Door het zingen verandert er iets in jezelf of in de omgeving. Dat geldt niet alleen in de liturgie. Je voelt je bijvoorbeeld pas écht jarig als de familie Lang zal ze leven heeft gezongen. Maar zingen kan ook maken dat je jezelf anders gaat voelen.

4 – Zingen maakt één. Als mensen samen zingen, worden ze een gemeenschap – ze krijgen iets met elkaar, ze worden deel van een geheel. Vele stemmen zingen ‘als uit één mond’. Een zingend voetbalstadion, de polonaise met carnaval, maar zeker ook de gemeente die samenkomst voor een viering of dienst. Het is niet voor niets dat die altijd begint met een samen gezongen lied.

5 – Zingen geeft moed. Samen zingen kan ons troosten, bemoedigen, ‘beter maken’. In tijden van verdriet wordt gezongen: bij een uitvaart, een herdenking.

6 Van zingen kun je leren. Een lied kan je ergens van overtuigen, of je sterken in je overtuiging. Protestliederen zijn er een mooi voorbeeld van. Een tekst die je zingt blijft beter hangen dan een gesproken of geschreven tekst. Kinderen uit andere landen leren Nederlands met liedjes (Hoofd, schouders, knie en teen). Kerkliederen kunnen je vertrouwd maken met woorden, verhalen, personen en beelden uit de Bijbel. Ze kunnen je overtuiging sterken, je eerbied en dankbaarheid voor het leven en de schepping, je geloof in een betere wereld.

7 – Zingen verheft je. Zingen brengt je (soms) dichter bij wat onzegbaar is, je wordt boven jezelf uitgetild. Een kerklied kan je dichter bij God brengen. Dat gebeurt niet altijd, niet gegarandeerd, en zeker niet altijd even sterk. Maar het gebeurt.

Wat maakt dat je geraakt wordt?

De zeven werkingen die ik beschreef, doen allemaal een beroep op het gevoel: het zijn emoties die bij het zingen loskomen. Maar hoe werkt dat dan? Ik denk dat verschillende processen een rol spelen.

In de eerste plaats speelt het lichamelijke een rol. Om te zingen gebruik je geen instrument, je emoties komen rechtstreeks vanuit jezelf. Zingen is lijfelijk, het doet een beroep op je beheersing van spieren van mond en tong en op je ademhaling. Je gaat vaak spontaan bewegen. En je zintuigen: het gehoor. Zingen vraagt concentratie: je moet zowel op muziek (toon en ritme) letten als op de tekst (klank en betekenis). Ook de fysieke omgeving waarin je zingt speelt een rol: je medezangers, de begeleiding van muziekinstrumenten, de gebaren van de dirigent. Je raak op elkaar betrokken en mét de muziek deel je ook je emoties met elkaar.

De beleving van een lied wordt ook bepaald door de context waarin we het zingen. Als koorzanger beleef je een lied pas echt als het gezongen wordt tijdens een uitvoering of een viering – dat is een andere, diepere beleving dan tijdens de repetitie. Het maakt een verschil of je een kerstlied thuis zingt of in een volle kerk in de kerstnacht; in beide gevallen kan het een sterke werking hebben, maar de beleving zal anders zijn.

Ook al gaat het uiteindelijk om emoties, het rationeel begrijpen van een lied speelt wel degelijk mee. Als je doorziet hoe knap de tekst en de muziek in elkaar zitten, als je de ‘logica’ van het lied begrijpt, helpt dat om er ook meer aan te beleven. Velen weten uit eigen ervaring hoezeer een goede uitleg van een lied de waardering en het enthousiasme van een groep zangers kan verhogen.

Wat zeker ook bijdraagt is de mate waarin je jezelf kunt identificeren met een lied, als je jezelf erin herkent, jouw eigen ervaringen en gevoelens. Dat gebeurt vaak door de tekst, maar ook de muziek kan meespelen. Ontroerend is het als mensen van een lied kunnen zeggen: dit is mijn lied, hier kan ik helemaal in opgaan.

Dicht bij het voorafgaande ligt ten slotte de geschiedenis die mensen met een lied kunnen hebben. Een lied wordt dierbaar omdat het gezongen is bij een geboorte, een huwelijk, een uitvaart, op een bijzondere bijeenkomsten, met mensen die je lief zijn. Soms zijn het liederen die je vaker hebt gezongen, liederen die met je meegaan. Je merkt dat bijvoorbeeld in de keuze van liederen bij uitvaarten. Er wordt bijvoorbeeld graag een Marialied gezongen ‘dat onze moeder zo mooi vond’, of een lied ‘dat we altijd zongen als we op vakantie gingen’.

Zingen en luisteren

We leven in een cultuur waarin meer muziek is dan ooit te voren: op radio, televisie, CD-speler of smartphone. En concerten. Maar de meeste muziek beleven we vooral door te luisteren. Vaak wordt het aangeduid als passieve muziekbeleving – al is dat vaak ten onrechte: muziek is niet altijd ‘muzikaal behang’. Veel van wat ik hiervoor beschreef, kan ook gebeuren bij het luisteren. Soms zelfs beter: een goede uitvoering (live of opgenomen) is esthetisch vaak sterker dan de samenzang van een gemeente. De beleving van saamhorigheid zal bij het luisteren minder sterk zijn, al hoeft die niet afwezig te zijn. Opvallend trouwens hoe vaak op popconcerten het publiek vaak luidkeels meezingt met de uitvoerenden – de behoefte om zelf te zingen is onblusbaar!

In de katholieke eucharistieviering was luisteren lange tijd de norm: het koor zong Gregoriaans of meerstemmige muziek, het volk zweeg, afgezien van een eigen rol in de ‘vaste gezangen’. De vernieuwingen van de jaren zestig hebben dat veranderd: het zingen was bedoeld voor allen, of liever nog, met de klassieke woorden van Bernard Huijbers: door podium en zaal tegelijk – voorzanger, koor en gemeente ieder in een eigen rol. Die verandering is overigens in de praktijk niet overal even radicaal geweest, en wie tegenwoordig op zondag de eucharistievieringen op de televisie ziet, is getuige van (té) veel wat aan die oude tijden doet herinneren.

Er is ook een nieuwe vorm van luisteren in liturgie. Steeds vaker is de vierende gemeente zo klein of onwennig dat er moeilijk samen te zingen is, zeker als een vaardige begeleider op piano, orgel of gitaar ontbreekt. Bijvoorbeeld in uitvaartdiensten in kleine kring of in een crematorium. CD-opnamen kunnen dan de mogelijkheid bieden om – naast andere muziek – toch zinvolle kerkliederen te gebruiken. Wie wil en kan, zal ze misschien ook meezingen.

Reageren is niet mogelijk.