Over eye-openers en veranderingen

Over eye-openers en veranderingen

In 2010 werd het vijftigjarig bestaan gevierd van de STIC, de Studiekring voor Technische Informatie en Communicatie (kort daarvoor omgedoopt tot: Specialisten In Technische Communicatie).  Als oud-voorzitter (2002-2007)  was ik gevraagd om in de feestbundel een persoonlijk getint stukje te schrijven over ‘hoe ik zo in dat vakgebied verzeild raakte’.


Ik twijfelde tussen muziekwetenschap en Nederlands,maar op advies van mijn pianoleraar ging ik in het roemruchte jaar 1968 Nederlands studeren. Zwelgen in literair genot, verwachtte ik, en ja: natuurlijk wilde ik zelf schrijver of dichter worden. Het liep anders.

In 1972 werd me gevraagd om student-assistent Taalbeheersing te worden. Een van mijn eerste taken was het verzamelen en samenvatten van wetenschappelijke literatuur over alineastructuren. En daarmee ging een nieuwe wereld open die me geweldig fascineerde. Ik ontdekte de systematiek van tekststructuren, ik begreep dat je empirisch onderzoek kunt doen naar begrijpelijkheid en de overtuigingskracht van teksten. Wat een mooi gebied om onderzoek te doen dat ook nog eens direct maatschappelijk relevant was.

Een half decennium later vond ik mijzelf terug als docent en onderzoeker aan de Technische Hogeschool (later Universiteit) Twente. De opgedane inzichten waren verwerkt in het boek Leren Communiceren. En met Carel Jansen begon ik aan een proefschrift over overheidsvoorlichting en formulieren.

Tijdens een congres in Lund in 1981 ontmoetten we voor het eerst PatriciaWright, een Engelse onderzoekster van wie we diverse artikelen al met rode oortjes gelezen hadden, omdat zij precies het soort onderzoek deed wat wij wilden doen. Zij gaf een overdruk mee van een artikel dat een ware eye-opener werd: Usability: the criterion for designing written information. Mentaal maakte ik de stap van leesbaarheid naar bruikbaarheid. Het gaat erom of mensen teksten kunnen gebruiken om praktische problemen op te lossen. Meer onderzoek vanuit dit principe leidde onder andere tot het proefschrift (samen met Carel Jansen) Taalverkeersproblemen tussen overheid en burger.

Maar hoe kwam ik van de overheidscommunicatie naar de technische communicatie? Voor ons onderzoek naar folders en formulieren hadden we al veel literatuur uit de hoek van de technische communicatie gebruikt, maar de echte stap kwam toen ik de vraag kreeg om voor de nieuwe opleiding Informatica een college te ontwerpen op het gebied van communicatie, als vervolg op het vak Schriftelijk rapporteren. Het werd Schrijven van computerhandleidingen. Omdat er nog geen Nederlandstalig handboek bestond, schreef ik een collegedictaat dat na bijna tien jaar zou uitgroeien tot de Handleidingenwijzer die ik samen met Carel Jansen publiceerde. Met Carel gaf ik ook een aantal cursussen buiten de UT.

Had ons onderzoek op het gebied van overheidscommunicatie al geleid tot twee succesvolle eendaagse conferenties onder de titel Formulieren als communicatiemiddel, onze bewegingen op het gebied van technische communicatie brachten ons in contact met de STIC waarmee we in 1992 in Twente de internationale conferentie Quality of Technical Documentation organiseerden.Dat was een prachtige gelegenheid om ons vakgebied onder de aandacht van het publiek te brengen,maar ook om internationale experts als PatriciaWright, John Carroll en ThomasWarren naar Nederland te halen.

Vanaf dat moment zat ik midden in de technische communicatie, zowel in Nederland als via internationale verenigingen. In Twente deden studenten interessante projecten, en vanaf de jaren negentig werkten promovendi aan onderzoek dat ook internationaal aandacht trok.

In 2000 werd ik benoemd tot hoogleraar Technische Communicatie, en in datzelfde jaar werden Carel en ik door het toenmalige STIC-bestuur gevraagd om de vereniging nieuw leven in te blazen. We werden voorzitter en secretaris. Onvergetelijk zijn de bestuursvergaderingen (met etentje vooraf) in De Vereeniging in Elst,waar we min of meer als stamgasten beschouwd werden!

Op het moment dat STIC jubileert heb ik nog drie maanden voor de boeg tot mijn flexibele pensionering, begin 2011. Een terugkijkmoment waarop je je realiseert wat er allemaal bereikt is,maar ook wat er allemaal veranderd is in het vakgebied. Samen met Hans van der Meij en Joyce Karreman publiceerde ik in 2009 een artikel in Technical Communication over Three decades of research and professional practice on printed software tutorials for novices.  Aan het eind van het artikel constateren we dat novices haast niet meer bestaan en printed tutorials ook haast niet meer. Maar de behoefte aan goede ondersteuning van gebruikers van computers en andere technische producten en systemen is nog onverminderd groot, alle claims over ‘sense en simplicity’ ten spijt. De vorm van die ondersteuning zal echter heel anders zijn, en daarmee ook de rol van de technisch communicator.

Na Quality of Technical Documentation (1993) hielden we in Twente in 2010 opnieuw een internationale conferentie: de International Professional Communication Conference (IPCC) met als thema Communication in a Self Service Society. De twee conferenties laten een grote verschuiving zien in de aandachtsgebieden van ons vakgebied. Documentation is communication geworden: een veel diffuser gebied waarin de taak van de technische communicatiespecialist steeds meer verschuift van het ‘vastleggen’ van technische informatie naar het initiëren en modereren van dynamische vormen van communicatie. Gepersonaliseerd, interactief, multimodaal en multi-channel zijn de nieuwe trefwoorden, net zo eye-opening en uitdagend voor jonge vakgenoten als de alineastructuren en het usability-paradigma voor mij waren.

Het zou fantastisch zijn als de STIC in deze ontwikkelingen een belangrijke rol blijft spelen. Dat zal dan voorlopig zonder hoogleraar Technische Communicatie moeten. Maar onder andere vlaggen zijn er genoeg collega’s aan de universiteiten die de vereniging met enthousiasme willen ondersteunen!


Helaas is in juni 2012 besloten om de STC op te heffen. Het aantal leden was gedaald tot onder de minimumgrens en het lukte niet meer om de activiteiten voort te zetten. Er is nog een tijdlang geprobeerd om verder te varen onder de vlag van de NIRIA, de e beroepsvereniging van ingenieurs en techniekstudenten, maar ook dat lukte niet.

Inmiddels is Technoloy & Communication wel een formele afstudeerrichting geworden in de Masteropleiding Communication Studies aan de Universiteit Twente. En buiten Nederland bestaan nog steeds bloeiende verenigingen op dit gebied, zoals Tekom EuropeSTC en  PCS.

Reageren is niet mogelijk.