Leven is een lange reis

Leven is een lange reis

Overweging in de Trefpuntkerk van de Protestantse Gemeente Glimmen op 10 maart 2013. De lezingen waren Exodus 16: 1-7 (voedsel in de woestijn) en Lucas 9: 1-6 (zending van de leerlingen).


We hebben gezongen over levenslange reizen. Het leven als een reis, dat is een oud beeld, dat mensen erg aanspreekt. Het is een beeld dat in de veertig dagen voor Pasen vaak gebruikt wordt: een pelgrimsreis naar Pasen. En uit de schrift hebben we zojuist twee reisverhalen gelezen: een van de verhalen over de tocht door de woestijn, en een verhaal waarin Jezus zijn leerlingen op weg stuurt.

Reizen is een avontuur, maar als we eerlijk zijn is het avontuur in onze tijd minder groot dan in het verleden. Als we tegenwoordig op reis gaan hebben we routekaarten en een tomtom om de weg te vinden, we hebben pinpas en creditcard om niet zonder geld te zitten, we hebben Whatsapp en Skype om het contact met thuis niet te verliezen, en we gaan niet op weg zonder een goede reisverzekering. Tóch blijft reizen voor ons een symbool bij uitstek van wegtrekken uit het bekende naar het ongewisse.

Tussen die twee reisverhalen hebben we een bewerking gezongen van psalm 131. “Niet trots is mijn hart, niet hoogmoedig mijn blik” zo luist de tekst in de nieuwe Bijbelvertaling. Ik heb in mijn bewerking de vrijheid genomen om er een kleine draai aan te geven: niet groots hoef ik te zijn, maar klein mag ik zijn. Op het eerste gezicht heeft die psalm misschien weinig met reizen te maken. Maar er staat wel boven: een bedevaartspsalm. Een psalm voor mensen die onderweg zijn. Dus toch een psalm voor reizigers. Een psalm, denk ik dan, voor wie de weg gaan van groot naar klein, van de grootse wonderen in de verte naar de stilte en de rust in de armen van een moeder.

De weg van groot naar klein is een van de vele reizen die we in ons leven moeten maken. Een weg uit een van de vele manieren waarop slavernij zich aan ons voordoet: de dwang om groot te zijn, om te presteren, om uit te blinken. We moeten van alles, van onszelf of anderen. Klaarstaan om anderen te helpen en de steunen. Voortdurend bereikbaar zijn via mobiele telefoon, email, Twitter, Facebook. Overal aandacht voor hebben, overal een mening over hebben. Meer worden, hoger reiken, groter, sterker worden. We lijken verslaafd aan ambitie en stress, burn-out of hartziekte zijn het gevolg.

Kort geleden spraken we met een groep in onze wijk over die psalm 131. Wat een verademing is die psalm. Wat een rijkdom als iemand tegen je zegt dat je niet groter hoeft te zijn dan je bent – dat je die beklemming los mag laten.

Op een andere manier drukte Herman Verbeek dat uit in zijn lied over de menselijke maat. Wat we willen, wat we onszelf opleggen is een maat te groot, wijzelf zijn een maat te klein om het te volbrengen. Dat mag je loslaten je eigen maat is genoeg.

De pelgrimstocht uit een wereld van groter en sterker naar de wereld van klein zijn, rust en stilte, is een moeilijke weg. Kort geleden zag ik een televisieprogramma waarin Jan Slagter, de succesvolle voorzitter van de omroep Max, probeerde om een paar dagen in een klooster door te brengen. Hij voelde zich doodongelukkig, en was maar al te blij te kunnen terugkeren naar de wereld van zijn agenda en telefoon, waar hij zijn dadendrang weer volop kon uitleven, naar de vleespotten van Hilversum. Ik denk dat velen onder ons zijn reactie zullen herkennen.

Hoe je levensreis er ook uit ziet, de weg is altijd onzeker, zelfs het doel kan nog behoorlijk vaag zijn. Voor sommigen is het misschien vloeken in de kerk als ik dat zomaar zeg. We weten immers als christenen van de weg, de waarheid en het leven? We weten immers uit de catechismus waartoe we op aarde zijn. “Om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn” leerde de Katholieke catechismus in mijn jeugd. “Om te weten hoe groot mijn zonden en ellende zijn, hoe ik van al mijn zonden verlost word en hoe ik God voor die verlossing dankbaar moet zijn”, lees ik in de mij minder vertrouwde Heidelbergse catechismus.

Zo twijfelloos en zeker gaan nog maar weinig mensen door het leven. Welke reis wij gaan, en waar die uitkomt, is steeds minder vanzelfsprekend, ook voor mensen die zich willen laten inspireren door Bijbel en geloofstraditie. Velen van ons beleven een uittocht van een land van zekerheid en rotsvast geloof naar een woestijn waar vragen zijn, en onzekerheid. En we zoeken en vinden daarin soms een pleisterplaats, een huisje, waar ze bij elkaar kunnen schuilen om de oude verhalen met nieuwe woorden te vertellen.

Daarover gaat het lied Vrijplaats dat ik schreef voor een groep mensen die in Enschede samenkomen onder de naam Vrijplaats Daglicht. Het is door Chris van Bruggen op muziek gezet. Toen hij me de muziek per e-mail toestuurde, gaf hij aan wat hem daarbij inspireerde.

Ik zie als kernzin je regel ‘wel in een taal die twijfelt en die vraagt’. en daarom heb ik gekozen voor een melodie die juist niet twijfelt of vraagt. Een dergelijke regel kan niet genoeg neergezet worden in de kerken. Ik kwam steeds uit bij flarden van een oude Psalmmelodie (Psalm 124).  Elementen uit deze Psalm heb ik verwerkt in de melodie en het lijkt me weldadig om met grote zekerheid te zingen over onzekerheid. Dat heeft de kerk nodig.

Misschien voelt u zich thuis bij deze gedachte – dan zal het u goed doen om het lied van de Vrijplaats mee te zingen. Misschien gaat het u te ver – dan zult u er hoop ik naar willen luisteren.

Leven is een lange reis. We zongen dat we te vaak een maat te groot willen zijn, en terug moeten keren naar een mensenmaat. We zongen met psalm 131 dat we niet groot en wonderlijk hoeven te zijn, maar dat we klein mogen zijn, tot rust stilte mogen komen en schuilen in de armen van God de moeder. We zongen over de weg van de vaste zekerheden uit de traditionele geloofsleer naar de aarzelende taal die twijfelt en die vraagt.

Als leven een reis is, komt er ook een moment dat de reis ten einde is. Het is moeilijk, voor velen onverteerbaar, om over dat einde te spreken zoals het lied van zojuist het verwoorde: “in een taal die twijfelt en die vraagt / zonder de harde leer van zekerheden.” Als we de traditionele zekerheid van een leven na de dood met een hel en een hemel, en misschien nog een vagevuur daartussen, niet meer kunnen accepteren, dan proberen we het op een andere manier. Er is een hausse aan verhalen van bijna-doodervaringen, verhalen over paranormale verschijnselen, of gedachten over reïncarnatie. Pogingen – denk ik – om de onzekerheid, de twijfel en de vragen van de dood te ontlopen.

Alles in onze samenleving is erop gericht om jong en gezond te blijven; ziekte en sterven duwen we liever weg. We vinden het onverteerbaar om te ervaren dat niet alles in ons leven maakbaar is. Spreken over het einde van je levensreis lijkt een taboe. Toegeven dat je ouder wordt, toegeven dat je gezondheid achteruitgaat, toegeven en aanvaarden dat vriendschappen en liefdes uitdoven.

Weten dat je gaat sterven. Loslaten van de greep op je leven. Weten dat je uiteindelijk je leven niet maakt, maar dat het je gegeven is. Dankbaar kunnen zijn, maar ook om kunnen berusten in wat onvermijdelijk is – uiteindelijk ons sterven.

We willen greep hebben op ons leven – en als het moet ook op ons sterven. In de kolommen van de kranten, op websites en in televsieprogramma’s wordt een debat over de vrijheid om het tijdstip van je eigen dood te kiezen als je vind dat je leven voltooid is. Een debat waarin niet alleen leven en sterven van mensen, maar ook, en soms vooral eigen gelijk, en zelfs politiek opportunisme aan de orde is.

Het lied Als alles stilte wordt, dat we zo dadelijk gaan zingen is geen bijdrage tot dat debat. Het probeert iets op te roepen van de stilte waarin steeds meer oude mensen leven. Ik dacht dat de vraag niet zozeer is of je in vrijheid mag kiezen wanneer en hoe je het leven wilt loslaten, maar veel meer of er iemand jou nabij zal zijn en jou zal vasthouden. “Ben jij mij dan nabij,” zingt het lied. Je mag het zingen zoals je wilt: als een bange vraag, een hoopvolle vraag, een vraag vol vertrouwen, of een gebed. En wie die jij is? Je huisgenoot, je naaste, je geliefde misschien. We mogen hopen en geloven dat het ook degene is die zich in de Bijbel heeft leren kennen als de nabije, degene die het lijden van zijn mensen ziet, die hun huilen hoort, die weet heeft van wat er leeft in hun hart. En die afdaalt om ze nabij te zijn en vrij te maken.

Reageren is niet mogelijk.