Geur en smaak

Geur en smaak

Onderstaande overweging (hier in een ingekorte versie) hield ik op 3 april 2005 in de Verrijzeniskerk in Enschede in een viering met het  thema Proeven en ruiken in een serie vieringen rond De schepping als vindplaats van God. Voor deze viering schreef ik het Lied van de tuin. dat later is opgenomen in het Paasoratorium Daar is het daglicht.


Wijnliefhebbers hanteren een geheimtaal om het bouquet van een goede wijn te beschrijven, want een exacte beschrijving bestaat er niet. We moeten ons beperken tot vergelijkingen. Op de wijnkaart wordt gesproken over een “sprekend bouquet met delicate tonen van bloemetjes en fruit”, of van “harmonische aroma’s van tropisch fruit, abrikozen, tikje citrus en op het einde een lichte anijstoets.”.

Geuren zijn haast niet te beschrijven, ze zijn niet te zien, niet aan te raken, maar toch horen ze onlosmakelijk bij het leven. Vaak onbewust roepen geuren herinneringen bij ons wakker. De geur van versgebakken brood: een zondagmorgen thuis in je jeugd, als er verse broodjes bij de bakker gehaald werden. De geur van wierook en kaarsen: het lof waar je op zondagmiddag met je ouders en broertjes en zusjes naar toe ging. Nog steeds, als ik een garage binnenloop en de geur opsnuif, komt het beeld van mijn vader naar voren, die veertig jaar als administrateur in een garagebedrijf werkte.

In de tijd van de bijbel waren geurstoffen van kruiden, bomen en struiken erg belangrijk. Men nam ze mee als geschenken. Als je bezoek kreeg werden er kruiden gebrand als wierook om een goede sfeer te scheppen. De geur blijft hangen in de ruimte en in je kleren. De geur blijft bij je, als een goede herinnering. In het Hooglied worden geur en smaak gegrepen om de onbeschrijfelijke liefde voor de ander te uiten. De geuren van de geliefde, de zoete honing van elkaars lippen, de geurige en smakelijke vruchten van de liefde. We voelen ons een beetje gênant bij zoveel lijfelijkheid.

Kunnen we God vinden in geuren en smaken? In de tempel van Jeruzalem werden reukoffers gebracht, als zinnebeeld van het gebed dat opstijgt tot God. Mijn gebed mag om mij heen hangen als de geur van wierook, het mag een goede herinnering achterlaten, het mag naar jou, God, opstijgen als de rook.

Kunnen we God vinden in geuren en smaken? We geven aan Jezus de naam Christus, dat betekent letterlijk: gezalfde. De zalving met geurige olie is in de bijbel het symbool van de Goddelijke nabijheid: zoals de olie binnendringt in je huid, zoals de geur van de olie om je heen blijft hangen, zo is God in jou en om je heen. Jezus, de gezalfde, doordringen van God. Hij ruikt naar God.

Kunnen we God vinden in geuren en smaken? Hét teken waarmee we Jezus gedenken en onder ons levend houden, is het teken van brood en wijn. Het zou een heerlijke ervaring moeten zijn: de reuk en de smaak van vers gebakken brood, het volle bouquet van de wijn.

Kunnen we god vinden in geuren en smaken? Misschien is het God zelf wel die geur en smaak geeft aan ons leven. Onzichtbaar, niet aan te raken, nauwelijks onder woorden te brengen, alleen maar door beelden en vergelijkingen. Maar toch onontkoombaar dringt zijn aanwezigheid in ons binnen en blijft hij om ons heen hangen. En geeft hij smaak aan wat doods en smakeloos is. Soms zuur en bitter, als het leven ons tegenzit, soms pittig als zout, soms zoet als de honing van de liefde.

Kunnen we God vinden in geuren en smaken? Misschien moeten we God vooral zoeken in elkaar, daar waar mensen elkaar ontmoeten, waar ze elkaar ruiken en van elkaar proeven. Soms zelfs zo concreet en lijfelijk als in het Hooglied.


Lees ook: Liefde heeft een lichaam.

Reageren is niet mogelijk.