Drieslagen in kerkliederen

Drieslagen in kerkliederen

De magie van de drieslag

Vraag mensen om een citaat te geven van Julius Caesar en tien tegen een dat ze zullen zeggen: Veni, vidi, vici. Vraag om een gevleugeld woord van Churchill en het antwoord is: bloed zweet en tranen. Het zijn klassieke voorbeelden van drieslagen: opsommingen van drie elementen, waarvan de laatste gewoonlijk de climax is: de sterkste, de belangrijkste van de drie. Hoe sterk de drieslag als retorische vorm is, blijkt wel uit die van Churchill. In feite had die in een toespraak gezegd: I have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat. Maar de opsomming van vier is de geschiedenis ingegaan als een drieslag, met de tranen als hoogte-(diepte-) punt op het eind.

    • Terzijde 1: de gebruikelijke Nederlandse vertaling van Caears drieslag is niet: Ik kwam, ik zag, ik won, maar: Ik kwam, ik zag, ik overwon. De toevoeging van over maakt de climax op het eind nog sterker, zowel naar inhoud, als naar vorm: de derde slag van de drieslag krijgt twee lettergrepen extra. De Nederlandse versie is sterker dan de originele!
    • Terzijde 2: Een verzameling toespraken van Churchill is in 1941 gepubliceerd door zijn zoon Randolph Churchill onder de titel Into battle. De Amerikaanse uitgever bracht het uit onder de inmiddels gevleugelde, en commercieel veel aantrekkelijker drieslag Blood, Sweat and Tears.
    • Terzijde 3: uit onderzoek van Heritage & Greatbatch (1986) en van Holcomb (2007) naar stijlfiguren in politieke toespraken blijkt dat een goede drieslag, mits met de juiste intonatie gebracht, vaak spontaan applaus bij het publiek uitlokt.

Niet alleen grote redenaars produceren memorabele drieslagen. Ook reclamemakers kunnen er wat van: Heerlijk helder Heineken. En zelfs in het dagelijks leven gebruiken we uitdrukkingen als ziek, zwak en misselijk.
Wat maakt een drieslag fraaier, sterker en emotioneler dan een langere opsomming? Een echte verklaring is er niet. Je kunt veronderstellen dat een korte drieslag makkelijker te onthouden is dan een langere. Er zit meestal ook een bepaald ritme in dat beter overkomt dan een opsomming van vier. En een belangrijk verschil met de tweeslag is dat er een climax in kan zitten; bij een tweeslag wordt er geen spanning opgebouwd – bij een drieslag vormen de eerste twee leden als het ware een aanloop naar de derde.

In kerkliederen

In kerkliederen vinden we drieslagen die de tekst niet alleen verfraaien maar ook sterker en emotioneler maken. Bijvoorbeeld in het lied van Huub Oosterhuis: Die de aarde boetseerde, grondvestte, vasthoudt. Boetseren is één ding: de aarde krijgt vorm, grondvesten gaat een stap verder: de aarde krijgt een plaats. En de climax: de schepper laat de aarde niet aan zijn lot over, maar houdt hem (voor eeuwig) vast. De componist Tom Löwenthal pakt de climax op door de melodie naar boven te laten gaan bij vasthoudt.
In het lied Dat mag blijven wat er is op tekst van Marijke de Bruijne wordt gebeden om het behoud van de schepping. Daarbij zingen we onder andere over ruimte, rust en stilte. Het gebed eindigt met de drieslag Dat bidden wij, dat willen wij, beloven wij Jou Geest van God / help ons daarbij. Opnieuw een stijgende lijn. We bidden, inderdaad, maar met dat bidden drukken we ook uit dat we het echt willen. En dan: dat we ons er zelf voor zullen inzetten, dat beloven wij. De drieslag verwoordt een steeds sterker commitment van de zangers aan het behoud van de schepping.

In de de bundel Vijftig Psalmen (van Huub Oosterhuis en anderen) vinden we een vertaling van psalm 126 Als God ons thuisbrengt. Daarin zingen de terugkerende ballingen: Wij zullen zingen, lachen, gelukkig zijn. Een drieslag met een mooie climax: na de twee manieren om emoties te uiten (zingen en lachen) volgt de emotie zelf: gelukkig zijn. De poëtische kracht van deze drieslag valt te meer op als je deze tekst vergelijkt met andere versies.

    • De Nieuwe Bijbelvertaling vertaalt het Hebreeuws met twee min of meer synonieme zinnen met een chiasme in de volgorde: een lach vulde onze mond, / onze tong brak uit in gejuich. Heel wat minder meeslepend dan de drieslag, nog afgezien van de wat eigenaardige beeldspraak van de uitbrekende tongen.
    • In de berijmde versie uit het Nieuwe Liedboek (2013) lezen we: Wij lachten, juichten, onze tongen / verhieven ’s Heren naam en zongen. Een lastige passage om te zingen omdat de melodie hier geen enjambement kan hebben. De dichters hebben bovendien ‘ingevuld’ waarover het lied gaat, namelijk over ’s Heren naam.

Antifonen

Drieslagen komen niet alleen voor als opsommingen binnen een lied, maar er zijn ook liederen die als geheel een drieslag vormen: de drieslag is dan het bepalende raamwerk voor het lied. Bijvoorbeeld in de antifoon:

Niet verdeeld maar samen,
niet met wapens maar met woorden,
niet met haat maar met liefde.

Dit korte lied bestaat uit drie zinnen die ook hier naar de climax toewerken. Hoe willen we onze maatschappij opbouwen? Eerst wordt iets gezegd over wat we willen bereiken (geen verdeeldheid maar samenleving), dan wordt iets gezegd over de middelen waarmee we dat willen bereiken, en ten slotte klinkt de diepste waarde die achter ons streven ligt: geen haat maar liefde. Componist Wick Gispen heeft dat verklankt door door derde regel op langere en hogere noten te zetten.
De drieslag wordt extra sterk doordat de elementen ieder op zich een tegenstelling zijn. Het zal wet geen toeval zijn dat de tekst afkomstig is uit een politieke toespraak: de rede van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb na de terroristische aanslag op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs op 8 januari 2015.
Een vergelijkbaar lied is Niet in stemmen maar in de stemming, waaraan ik een afzonderlijke blog heb gewijd.

De mooiste drieslag uit het Nieuwe Testament natuurlijk niet ontbreken: geloof, hoop en liefde, uit hoofdstuk 13 van de eerst brief aan de gemeente van Korinthe. In de vertaling van Huub Oosterhuis: Geloof en hoop en liefde zullen blijven alle drie / maar de grootste is de liefde. Fraai trouwens dat het voegwoordje en wordt herhaald. Deze stijlfiguur (het zogenaamde polysyndeton) zorgt niet alleen voor een mooi ritme, maar geeft ook het gevoel van overdaad.
Herman Verbeek gaf een eigen – politiek geladen – invulling van deze drieslag als basis voor een antifoon-achtige tekst die als canon gezongen wordt:

Geloven begint in het opstaan van armen.
Hopen begint in het diepst van de wanhoop.
Liefhebben waar je geen liefde meer hebt.

Ook andere Bijbelteksten lenen zich soms voor een lied dat als geheel een drieslag vormt. Bijvoorbeeld een tekst uit Jesaja in een lied van Huub Oosterhuis: Blinde ogen verlicht ze – met muziek van Tom Löwenthal. Ook hier wordt de drieslag gecombineerd met een andere stijlfiguur. In plaats van Verlicht blinde ogen (wat de normale Nederlandse zinsvolgorde zou zijn), gebruikt Oosterhuis de stijlfiguur van de vooropplaatsing (prolepsis) om het accent op de blinde ogen, dove oren en harde harten te leggen. Daardoor gaat het driemaal van het het bestaande (blind, doof, hard) naar de gedroomde situatie (verlicht, open, horen). Ook wel bekend als het given-new principe: je begint bij wat gegeven is en vertelt dan wat nieuw is.

Blinde ogen verlicht ze.
Dove oren doe open.
Harde harten doe horen.

Een laatste voorbeeld van een drieslag-antifoon komt uit het oratorium Als de graankorrel sterft van Marijke de Bruine:

Licht dat terugkomt.
Hoop die niet sterven wil.
Vrede, die bij ons blijft.

Strofen en refreinen

Een stap verder dan de antifonen gaan liederen waarin strofen als geheel een drieslag vormen. Het subtiel gebeurt dat bijvoorbeeld in het lied Dat wij volstromen op tekst van Huub Oosterhuis met muziek van Bernard Huijbers:

Dat wij volstromen met levensadem
en schreeuwen eindelijk geboren.

Dat wij volstromen met levensadem
en lachen eindelijk geboren.

Dat wij volstromen met levensadem
en weten eindelijk geboren.

De drie strofen verschillen slechts in één woord: de drieslag schreeuwen, lachen, weten. Als je alleen let op het geluid, gaat de trap naar beneden; het wordt steeds stiller. Kijk je naar de emoties dan gaan we van een primaire reactie op de geboorte-ervaring (schreeuwen) naar een emotionele beleving (lachen) en tenslotte naar de verinnerlijking: weten.

Het lied Die chaos schiep tot mensenland, weer van Huub Oosterhuis, wordt de Schrift bezongen in drie strofen, geplaatst in verleden, heden en toekomst. De slotregels van de drie strofen vormen haast een dubbele drieslag: enerzijds mensenoorsprong / mensendagen / mensentoekomst, maar ook de drie woorden waarmee God genoemd wordt: Woord / Naam / Licht. Componist Antoine Oomen accentueert de drieslagen door een extra brede melodie voor deze slotregels.

[…] Schrift die mensenoorsprong schrijft, / Woord dat trouw blijft.
[…] Schrift die mensendagen schrijft, / Licht dat aan blijft.
[…] Schrift die mensentoekomst schrijft, / Naam die trouw blijft.

Een laatste mooi voorbeeld van een lied waarvan de strofen een drieslag vormen is Als wild gras – een tekst van Sieds Prins met muziek van Tom Löwenthal.

Als wild gras in de bergen
Groeit de liefde.
Hoger en hoger gaat zij,
Wie zal haar kennen.

In de rimpels van de huid
Leeft de liefde.
Diep verborgen is zij,
Wie zal haar kennen.

Uit de poorten van de ziel
Spreekt de liefde.
Licht en vrij gaat zij
En laat zich kennen.

De liefde komt steeds dichterbij (bergen, huid, ziel), wordt steeds actiever (groeit/leeft/spreekt) en is steeds meer kenbaar (hoog / verborgen / licht en vrij).

Nog meer in drieën

Zoals het eerder genoemde Die chaos schiep zijn er veel liederen waarin een driedeling gemaakt wordt, vaak ook in drie strofen. In het lied Dat wij niet vergeten van Marijke de Bruijne zijn de drie strofen bijvoorbeeld achtereenvolgens over de individuele mens, de samenleving en de wijde wereld (micro, meso en macro). In het lied Hoe ik ook ben van Hein Stufkens worden drie ‘stallen’ in het proces van ontlediging aangeduid (donker – verloren – niets). In het overbekende Lied aan het licht (dat mij aanstoot in de morgen) van Huub Oosterhuis gaat het in drie stappen van het aarzelende ochtendlicht via het vaderlijke licht dat beschermt naar het overweldigende licht dat alles overwint. Een – even bekend en populair  – het lied De steppe zal bloeien bouwt op van de natuur (de steppe) via de mensen (de ballingen keren) naar het visioen van de verrijzenis (de dode al leven).
Maar met deze liederen zijn we het niveau van de stijlfiguur voorbij. Het gaat dan om meer globale indelingsprincipes. Daar is een heel ander verhaal over te schrijven.

Reageren is niet mogelijk.