Kerkliederen op de rand: over popliedjes en kerkliederen

Kerkliederen op de rand: over popliedjes en kerkliederen

Onderstaande column schreef ik in Peperclip, het blad van de Oecumenische vieringen Groningen (april 2016)


Sinds enkele jaren worden rond de jaarwisseling op veel plaatsen Top2000-kerkdiensten gehouden. De gebruikelijke kerkliederen worden dan vervangen door nummers uit de Top2000. Niet alleen nummers met een Bijbelse inhoud (Rivers of Babylon; Turn! Turn! Turn!), maar ook liedjes die helemaal niet religieus bedoeld zijn. Thema’s van leven, dood en liefde zijn immers volop te vinden in de popmuziek. De nummer 1-hit van 2015, Imagine, zal vaak geklonken hebben, ook al is er in John Lennons ideale wereld geen ruimte voor religie. En met Boudewijn de Groot wordt uit volle borst gezongen Ik geloof… al is het dan niet in de Here God maar in ‘jou en mij.’ De favoriet (‘met stip’ heet dat in de popmuziek) was in 2015 Claudia de Breij: Als de oorlog komt / En als ik dan moet schuilen / Mag ik dan bij jou?

Niet alleen in Top2000-diensten, ook in huwelijksvieringen en uitvaarten krijgen populaire liedjes vaak de voorkeur boven traditionele kerkliederen. En naast Bachs Mattheüspassie is het spektakel The Passion een bron van inspiratie voor velen met liedjes als Iedereen is van de wereld, Laat het vanavond gebeuren, Blijf bij mij, Zeg me dat het niet zo is, Geef mij nu je angst en De bestemming. Populaire muziek lijkt voor velen een rijkere bron van emotie en inspiratie dan een kerklied.

Het gebruik van populaire muziek voor de liturgie is niet nieuw. Veel van de oude psalmberijmingen zijn gezet op oorspronkelijk ‘wereldse’ melodieën. Zelf schreef ik in de jaren zestig teksten voor ons jongerenkoor op populaire melodieën. Ergens onderweg waarheen op de melodie van Something in the way she moves van George Harrison, en Dank u God dat ik leven mag op de melodie van Bye bye love, bye bye happiness van de Everly Brothers. Verband tussen de originele en de religieuze inhoud was niet vereist. Al gauw waren er gelukkig talentvolle componisten die in staat bleken om het popidioom toe te passen in kerkliederen, en niet alleen in het genre van de evangelisatie- en opwekkingsliederen. Dank aan André Telderman die me in die roerige jaren zestig/zeventig ondersteunde!

Maar bij de Top200-diensten en The Passion gaat niet alleen om de muziek. Ook de teksten krijgen op een of andere manier een religieuze lading. Ze raken je, je krijgt er kippenvel van. De popnummers zijn dan ook puike middelen om de boodschap over te brengen. Ze trekken volle kerken en een massaal kijkerspubliek.

Tja. Daar sta je dan als tekstdichter en componist van kerkliederen. Met je nieuwe liedbundels. Maar de kerkliedmakers slaan terug!  Ongeveer tegelijk met de Top-2000 vieringen verscheen in december 2015 de CD Om liefde met liederen op teksten van Huub Oosterhuis op muziek van zoon Tjeerd, gearrangeerd volgens de regels van de hedendaagse popmuziek. Gezongen door dochter Trijntje, schoondochter Edsilia en andere bekenden als Huub van der Lubbe, Tania Kross, Youp van ’t Hek en Paul de Leeuw. In de oorspronkelijke teksten heeft Oosterhuis wel een aantal regels die rechtstreeks uit de psalmen komen, veranderd. Omdat ze wat bevreemdend zijn, zo vertelde hij in een (toen nog) Ikon-uitzending aan Hella van der Wijst. De aankomst van onze God werd: Leven begint opnieuw. Dat is ook precies de betekenis die het heeft in die psalm – lichtte hij toe. En zo is het.

Toeval of niet: in 2010, één jaar voor Claudia de Breijs Mag ik dan bij jou? schreef ik een lied over het sterven: Als alles stilte wordt / want alles is gezegd / mijn zwijgen is genoeg / ben jij mij dan nabij… Mooi op muziek gezet door Chris van Bruggen, en recent opgenomen in Zangen van zoeken en zien. God komt er niet in voor, en de Bijbel ook niet. In een toelichting op een zangmiddag zei ik: Je mag het zingen zoals je wilt: als een bange vraag, een hoopvolle vraag, een vraag vol vertrouwen, of een gebed. En wie die jij is – dat mag je ook zelf weten. Misschien is het een mens die jou nabij is, misschien de mens die naast je staat te zingen. Misschien is het de Nabije.

Een uitdagende gedachte: kerkliedjes schrijven op de rand van het geloof, of af en toe daar iets overheen. Zoals bijvoorbeeld Herman Verbeek dat deed in zijn eigen(wijze) idioom. Ze kunnen een overpeinzing zijn over leven, liefde, onmacht, vreugde en dankbaarheid, maar (anders dan de meeste popsongs) tegelijk ook gezongen worden als gebed, lofzang of geloofsbelijdenis. De woorden hebben een religieuze, zelfs kerkelijke lading zonder dat af te dwingen. In mijn Danklied klinkt tienmaal het woord dank, maar je moet zelf bedenken wie je eigenlijk dankt. En in mijn Reislied schreef ik over een pleisterplaats (“huis dat voor jou opengaat / en gastvrij jou binnenlaat”). Iedereen kent zo’n pleisterplaats of hoopt erop. Voor sommigen zal het een kerk zijn, of een viering. En in het derde couplet zingen we: Zie de wonderen op je weg / voel:wat krom is wordt weer recht / droom:wat klein is wordt vergroot / weet:wat steen is wordt tot brood. Je hoeft die regels niet per se religieus te duiden, maar bij voldoende Bijbelvaste gelovigen gaat er van alles uit de bergrede meetrillen (hoop ik).

Liedjes die gelovigen en niet-gelovigen samen kunnen zingen. Zoekers en zieners. Liedjes die soms (hopelijk) ervaringen, emoties en verlangens oproepen waar dichters in en buiten de kerk steeds weer nieuwe woorden en muziek voor hebben gevonden. Liedjes met een dubbele bodem die misschien boven ons kunnen uitstijgen naar het Goddelijke.

Links

CD Om liefde
Als alles stilte wordt
Danklied
Reislied

Reageren is niet mogelijk.